Vanuit een moderne benadering van productontwikkeling die gericht is op de visie van de consument, kunnen voedings- en ingrediëntenbedrijven met meer succes producten op de markt brengen, weet Charlotte Boone van het adviesbureau Alice down the rabbit hole. Het draait om co-creatie.
Vanuit een moderne benadering van productontwikkeling die gericht is op de visie van de consument, kunnen voedings- en ingrediëntenbedrijven met meer succes producten op de markt brengen, weet Charlotte Boone van het adviesbureau Alice down the rabbit hole. Het draait om co-creatie.
“De klassieke aanpak start met de bedrijfsstrategie, vervolgens worden trends- en marktrapporten geraadpleegd. Ideetjes kristalliseren uit, een selectie wordt gemaakt en verder uitgewerkt, waarna een of meer producten op de markt komen. Kort voor de productie worden de producten uitgetest en geproefd. Dat gebeurt weleens door een groep medewerkers, die zeggen of ze het lekker vinden. Maar je medewerkers zijn geen gewone consumenten; de vraag blijft of de consument dit product ook wil.” Aan het woord is Charlotte Boone, medeoprichtster van Alice down the rabbit hole. Ze stelt het scherp, maar het beeld is toch herkenbaar. “Denk niet in plaats van de consument, maar vraag wat de consument denkt. Probeer niet in hun hoofd te kruipen. Dat lukt toch niet echt.”
Co-creatie
In de moderne co-creatie aanpak die het adviesbureau naar voren brengt, wordt de consument vanaf het begin bij elke fase van het productontwikkelingsproces betrokken. Alle intrinsieke en extrinsieke productkenmerken zijn hierbij van belang. “Praat met de doelgroepen die je voor ogen staan”, adviseert de bio-ingenieur zowel aan voedingsbedrijven als ingrediëntenleveranciers. “Van belang is te weten welke ingrediënten relevant zijn voor de consument en welke niet. Als een ingrediënt niet aanslaat bij de consument zal het met deze aanpak ook niet aanslaan in de voedingsindustrie.”
Kwalitatief en kwantitatief consumentenonderzoek

Belangrijk is onderscheid te maken tussen kwalitatief en kwantitatief consumentenonderzoek, vervolgt Boone. “Beide zijn niet alleen waardevol voor het bekomen van verschillende soorten informatie. Ze zijn ook complementair.” Ze raadt bedrijven aan om deze oefeningen regelmatig te doen. Ze legt uit dat kwantitatief onderzoek focust op inzicht in de algemene voorkeuren van je doelpubliek. “Wat valt bij de meesten in de smaak? Hoeveel zijn ze bereid te betalen? Belangrijk hier is dat je testpubliek voldoende groot is, want meningen kunnen weleens verschillen, en dat de testgroep ook representatief is voor je doelpubliek.” Bij kwalitatief onderzoek gaat het meer om de redenen waarom de consument bepaalde keuzes maakt. “Dit geeft een betere sturing aan het productontwikkelingsproces en de positionering van de producten”, verduidelijkt Boone. “Het gaat dus niet echt om de voorkeur an sich, maar eerder om de denkpatronen en gedragingen. Hier is het dus ook des te meer belangrijk om de juiste mensen te bevragen. Je wilt zo veel mogelijk verschillende types mensen uit het doelpubliek betrekken. Stadsmensen hebben soms andere voorkeuren dan mensen op het platteland. Dit geldt ook voor de verschillende generaties.”
De voedings- en procesindustrie evolueert snel en digitalisering speelt daarin een sleutelrol. Het gaat niet alleen om technologie, maar om het creëren van slimme, verbonden processen die bedrijven helpen om efficiënter, veiliger en duurzamer te werken. Toch brengt deze digitale transformatie ook uitdagingen met zich mee, zoals het opzetten van...
Steeds meer consumenten zijn op zoek naar manieren om hun gezondheid en welzijn te behouden. Volgens Innova Market Insights vormt de toenemende focus op gezondheid een belangrijke megatrend die wereldwijd de voorkeuren van consumenten beïnvloedt. Volgens het rapport ‘Innova's Top Health & Nutrition Trends for 2026-Globally’ hebben zorgsystemen...
Het nieuwe voedingsmiddelenbewakingssysteem Nutrivigilantie van de FOD Volksgezondheid rapporteerde in 2024 voor het eerst 167 meldingen, waarvan er 130 zijn afgehandeld. Van deze meldingen was 84% afkomstig van producenten en distributeurs; de overige meldingen kwamen van burgers, overheidsinstanties en zorgverleners.
“Met het programma ‘Animal-free milk proteins’ willen we binnen een consortium niet alleen een doorbraak bereiken in de wetenschap, maar ook bijdragen aan de maatschappij door een duurzaam alternatief voor melkeiwitten te ontwikkelen”, stelt professor Kasper Hettinga van Wageningen Universiteit en Research (WUR).