Op 17 juni jl. keurde het Europees Parlement definitief de nieuwe regels voor Nieuwe Genomische Technieken (NGT’s) goed. Hierdoor staat de Europese landbouw aan de vooravond van een ingrijpende transformatie.
Vanaf medio 2028 stapt de Europese Unie af van haar strikte, dertig jaar oude Genetisch Gemodifieerd Organisme(GGO)-dogma en introduceert zij een nieuw pragmatisch juridisch kader. Niet langer de methode waarmee een plant is veranderd, maar het genetische eindresultaat is voortaan leidend. Op die manier wil Europa landbouwers wapenen tegen de grillen van de klimaatverandering, de afhankelijkheid van chemische bestrijdingsmiddelen drastisch verminderen en de Europese concurrentiepositie op het wereldtoneel veiligstellen.
Decennialang hanteerde de Europese Unie een van de strengste ggo-wetgevingen ter wereld . Onder de strenge wetgeving werd elke vorm van een genetische ingreep over dezelfde kam geschoren. Of een wetenschapper nu een soortvreemd bacteriegen in een maïsplant inbracht of een DNA-letter aanpaste die ook spontaan in de natuur had kunnen muteren, de toelatingsprocedure was even complex, tijdrovend en onbetaalbaar. Het gevolg was een de facto de stilstand van biologische innovatie binnen de Europese grenzen. Dit terwijl de rest van de wereld rassen, zoals droogtetolerante maïs of laagglutentarwe, in sneltreinvaart ontwikkelde.
Duidelijke shift
De kern van de wetswijziging ligt in de verschuiving van de focus: er wordt voortaan gekeken naar wat de plant is en niet langer naar hoe deze is ontstaan. Planten die via NGT’s zijn bewerkt, worden op basis hiervan opgedeeld in twee strak van elkaar gescheiden categorieën, elk gekoppeld aan een specifiek pakket aan wettelijke verplichtingen.

De NGT-1-categorie vormt de spil van de liberalisering. Deze categorie is exclusief gereserveerd voor planten die een beperkt aantal en type genetische bewerkingen hebben ondergaan. De veranderingen hadden dus net zo goed via klassieke, eeuwenoude veredelingstechnieken, zoals kruising en selectie, kunnen ontstaan. Zodra een onafhankelijke toetsing heeft vastgesteld dat een gewas aan deze stringente criteria voldoet, verliest het zijn ggo-stempel en wordt het wettelijk gelijkgesteld aan een conventionele plant. Dit betekent een spectaculaire daling van de administratieve lasten en een versnelling van de markttoegang voor veredelaars. Het Parlement heeft hierbij echter wel een duidelijke grens getrokken: planten die specifiek zijn ontworpen om resistent te zijn tegen onkruidverdelgers (herbiciden) of om zelf insectendodende stoffen te produceren, zijn expliciet uitgesloten van de NGT-1-status. Zij moeten onverminderd de zware GGO-procedure doorlopen.
Daarnaast is er de NGT-2-categorie. Hier vallen de complexere en uitgebreidere genetische modificaties onder. Voor deze gewassen blijft de bestaande, zeer strenge GGO-wetgeving volledig van kracht. Dit betekent dat marktintroductie in de EU pas mogelijk is na een uitgebreide en individuele wetenschappelijke risicobeoordeling door de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA). Bovendien geldt voor deze categorie een strikte verplichting tot volledige traceerbaarheid en etikettering in de complete keten. Bovendien behouden individuele EU-lidstaten het recht (opt-out) om de teelt op hun eigen grondgebied te verbieden.
Wat betekent dit voor de landbouw en de consument?
De wetgevers hebben getracht een delicaat evenwicht te vinden tussen het stimuleren van innovatie en het beschermen van bestaande marktsegmenten. Voor de reguliere landbouw moeten NGT’s een antwoord bieden op de toenemende klimaatdruk, zoals aanhoudende droogte of nieuwe plaagbiotypen. Gewassen kunnen sneller worden aangepast om met minder meststoffen en pesticiden toch hoge opbrengsten te garanderen. Voor de consument vertaalt dit zich op termijn in een veerkrachtiger voedselsysteem, met producten die mogelijk een langere houdbaarheid hebben of specifieke gezondheidsvoordelen bieden, zoals de reeds buiten de EU ontwikkelde laagglutentarwe.

Om ervoor te zorgen dat landbouwers steeds het zeggenschap behouden over wat zij inzaaien, worden rassen die gebaseerd zijn op NGT-1-technieken geregistreerd in een openbare Europese databank. Daarnaast moeten alle zaadzakken en het bijbehorende teeltmateriaal transparant als zodanig worden geëtiketteerd. In de biologische landbouwsector blijven NGT’s daarentegen principieel verboden. Wel deed het Europees Parlement een pragmatische concessie: de technisch onvermijdelijke aanwezigheid van sporen van NGT-1-materiaal zal niet direct leiden tot het predicaat 'niet-naleving'. De Europese Commissie zal de komende jaren nauwgezet monitoren welke economische en administratieve lasten de biologische sector hiervan ondervindt. Tevens zal ze nagaan wat de perceptie van de consument is.
"Dit is een historische overwinning voor de Europese landbouwers en de toekomst van Europa. Door het gebruik van NGT’s goed te keuren, hebben we gekozen voor innovatie, concurrentievermogen en voedselzekerheid. Europese landbouwers vragen al lang om toegang tot deze moderne veredelingsinstrumenten om hen te helpen gewassen te ontwikkelen, die veerkrachtiger zijn en minder afhankelijk van pesticiden”, verklaarde rapporteur Jessica Polfjärd.
Marktbscherming
Een van de felste politieke strijdpunten betrof de intellectuele eigendomsrechten. Hoewel het onder de nieuwe verordening mogelijk wordt om een octrooi aan te vragen voor NGT-innovaties, bouwde het Europees Parlement strikte waarborgen in om een monopolie van een handvol agrochemische multinationals te voorkomen. Eigenschappen of DNA-sequenties die simpelweg in de natuur voorkomen of via puur biologische weg worden geproduceerd, zijn expliciet uitgesloten van een octrooiaanvraag. Bovendien is vastgelegd dat landbouwers het fundamentele recht behouden om geoogst zaad te bewaren en te herplanten op hun eigen bedrijf, wat de betaalbaarheid en eerlijke toegang tot teeltmateriaal moet garanderen.
Met het oog op de toekomst verplicht de verordening tot een continue monitoring van de duurzaamheidseffecten van NGT-planten. Indien uit de praktijk blijkt dat de technologie inderdaad leidt tot de beloofde reductie in bestrijdingsmiddelen en een hogere klimaatbestendigheid, dan beschikt Europa over een krachtig, wetenschappelijk onderbouwd instrument om haar Green Deal-ambities waar te maken, zonder haar eigen agrarische concurrentiekracht op te offeren.
De wereldwijde landbouw- en voedselproductie blijft de komende tien jaar toenemen, vooral dankzij hogere opbrengsten, technologische vooruitgang en een verdere intensivering van productiesystemen.
‘High (in) protein’ is uitgegroeid tot een van de meest zichtbare claims in de humane voedingsmarkt, zeker nu consumenten eiwitten steeds vaker associëren met gezondheid, vitaliteit en spierbehoud. Waar proteïnes in humane voeding vaak een marketinggedreven gezondheidsclaim ondersteunen, vervullen ze in dierenvoeding een fundamentele nutritionele...
Tegen 2050 moeten we twee miljard extra monden voeden. En dat op een planeet waar landbouwgrond schaarser wordt, grondwaterreserves uitgeput raken en klimaatverandering de spelregels herschrijft. Een gigantische uitdaging, maar volgens Catherine Alex kunnen we veel opsteken van wat ‘buiten onze aardbol’ gebeurt.
Gezonde voeding is geen niche meer, maar een nieuwe standaard. Consumenten verwachten volgens Azelis vandaag méér dan smaak en basisvoedingswaarde. Ze zoeken producten met aantoonbare functionele voordelen, die hun welzijn ondersteunen én transparant zijn over samenstelling en herkomst.